27 februari 2013

donderdag 21 februari 2013

Bijna 800 overstappunten in Nederland

Veel beleidsplannen besteden aandacht aan ketenmobiliteit (auto en/of fiets en openbaar vervoer). Deze vormen van mobiliteit bieden een alternatief voor ritten met alleen de auto. Ketenmobiliteit verbetert de bereikbaarheid en de keuzemogelijkheden van mobilisten, kan bijdragen aan een duurzamer mobiliteitssysteem en aan de verblijfskwaliteit van steden. Dat vergt samenhangend beleid.

Om verder te kunnen reizen, moet je de auto ergens kunnen parkeren. P+R terreinen (parkeren + reizen) en carpoolpleinen bieden deze parkeermogelijkheden en faciliteren zo ketenmobiliteit. P+R terreinen bieden een parkeerplaats met de mogelijkheid om over te stappen op trein, bus, tram of metro. Onder andere het ‘transferium’-concept valt hieronder. De naam ‘transferium’ wordt overigens bijna nergens meer gebruikt. De meeste transferia, die in de jaren’90 zijn ontwikkeld, zijn omgedoopt tot P+R. Carpoolpleinen vormen verzamelplekken voor automobilisten, waar je kunt parkeren en samen verder reist met de auto.

Als onderdeel van het Actieprogramma ‘Groei op het spoor’ van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu moeten tussen 2010 en 2013 7.500 tot 10.000 nieuwe en verbeterde P+R plaatsen worden gerealiseerd.

Niemandsland
Versterking van P+R en carpoolpleinen wordt vaak genoemd in beleidsplannen. Goed functionerende overstappunten dragen bij aan veel beleidsdoelen. Er zijn veel partijen bij betrokken: gemeenten, regio’s, provincies, vervoerders, parkeerbedrijven en toezichthouders. Toch blijft het beleidsterrein een niemandsland: wie is verantwoordelijk voor wat? Dit bleek ook het geval bij het verzamelen van data over P+R en carpool. De informatie is fragmentarisch beschikbaar, veelal incompleet en echt overzicht over het gebruik ontbreekt veelal. Slechts weinig overheden hebben gegevens beschikbaar. Partijen die ambitie hebben met P+R of carpool, blijken data te hebben, zoals het OV-bureau Randstad, de regio Groningen-Assen, regio Midden-Nederland en de NS.

Wat betreft de monitoring van overstappunten is in november 2012 een motie van de kamerleden Dik-Faber en Elias aangenomen met daarin o.a. het verzoek aan de Minister om het gebruik van P+R locaties te monitoren en de Kamer hierover te informeren. (Motie 33400XII-34)

Dit dashboard
Dit dashboard bevat een overzicht van het aantal P+R en carpoolpleinen in Nederland. Daarmee wil het KpVV vaststellen hoe groot het aanbod van P+R en carpool is. Hiervoor heeft Goudappel Coffeng in opdracht van het KpVV een inventarisatie gemaakt. Het dashboard duurzame en slimme mobiliteit is bedoeld om bestaande data te ontsluiten en eventuele kennisgaten in beeld te brengen. Bij P+R en carpool ontbreekt een officieel overzicht. Het KpVV heeft een eerste stap gezet om data te vinden, maar er ontbreekt nog veel. De gegevens die er zijn, roepen veel vragen op. We roepen een ieder op om hierover mee te discussiƫren in onze LinkedIn-groep. In het project P+R 2.0 gaat het KpVV hier verder op in.

Omvang van P+R en carpool
  • Nederland kent 795 overstapplaatsen, waarvan 443 P+R locaties,  342 carpoolpleinen en 10 locaties met beide functies.. P+R locaties zijn gemiddeld groter dan carpoolpleinen: 154 plaatsen tegenover 29. >> Lees verder
  • 42% van de P+R capaciteit ligt in een stadsregio. 354 P+R locaties bieden aansluiting op een treinstation, bij 92 P+R terreinen kan op andere vormen van het openbaar vervoer worden overgestapt. >> Lees verder
  • Zeeland heeft met 16 carpoolparkeerplaatsen het meeste aantal plaatsen per 10.000 inwoners. Noord-Brabant is de provincie met de meeste carpoolpleinen: 51.  >> Lees verder

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen